 |
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 | Het is tijd om in de spits te staan |
|
|
|
|
Uit: Het Parool, Zaterdag 18 februari 2006 Door: Maartje den Breejen
|
|
|
Het is tijd om in de spits te staan
|
|
|
Hij straalt soms iets overschilligs uit, iets nonchalants. Maar Frank Lammers werkt zich uit de naad: er is bijna geen Nederlandse speelfilm waarin hij geen rol heeft. Morgen is de première van Driekoningenavond, van de Theatercompagnie. En Lammers loopt daarin elke avond elf kilometer. Nee, lui is hij niet.
MAARTJE DEN BREEJEN
In de artiestenfoyer van de Stadsschouwburg in Utrecht wrijft Frank Lammers over zijn buik. “Er kan wel wat af. En dat gaat ook zeker gebeuren. ” In de voorstelling Driekoningenavond van het Amsterdamse gezelschap de Theatercompagnie, rent Lammers, in de rol van verteller, een dik uur op een loopband. “Als ik een beetje doorstap, haal ik elf kilometer op een avond. We spelen zes keer per week, dus ik denk dat ik binnenkort wel mee kan doen aan de marathon. ” Lammers pakt zijn Marlboro light, zijn broodje en flesje Spa blauw en sjokt achter Paul de Leeuw, Carice van Houten en
‘ zodra ik met mezelf moet gaan leuren, stop ik’
Anneke Blok aan naar de kleedkamer. In dat spiegelkabinet neemt regisseur Theu Boermans met zijn vijftienkoppige acteursensemble de notes door, zoals dat in theaterkringen heet. De vorige avond is de voorstelling voor het eerst gespeeld voor een uitverkochte zaal. Nu volgt de evaluatie. Voor een buitenstaander wordt hier geheimtaal gesproken. “Is het niet een flauwe grap van die puddingbuks? ” En: “Ik heb het gevoel dat ik wel heel erg in een Zeeuws meisje zit. ” En: “Je moet het gevoel hebben dat het debiel is dat je Twarres zingt. ” Sommige acteurs schrijven de op- en aanmerkingen op in een schrift. Lammers niet. Hij hangt onderuitgezakt in de stoel. Niet ongeïnteresseerd. Hij denkt, wikt, weegt en overlegt, doet voorstellen. Dat is Frank Lammers ten voeten uit. Hij heeft iets nonchalants met zijn afgetrapte sneakers, versleten spijkerbroek en sportsweater en een kapsel alsof hij net uit bed komt. Maar ondertussen werkt hij keihard, hij speelt in bijna elke Nederlandse film. Hij was onder andere te zien in Wilde mossels, Het schnitzelparadijs, De dominee, Polleke, De passievrucht, Flirt. Hij speelt de hoofdrol in Nachtrit, de film over de taxioorlog. En hij zal in Paul Verhoevens Zwartboek te zien zijn. Daarnaast heeft hij met alle grote toneelregisseurs gewerkt en is zijn sonore stem regelmatig onder reclames te horen. En dan is hij ook geregeld te zien in tv-series. Hij speelde in onder meer De enclave, Kopspijkers, Grijpstra en De Gier, Spangen. Hij hoeft er niet veel voor te doen. Hij wordt gevraagd. “Zodra ik met mezelf moet gaan leuren, stop ik ermee, ” zegt hij als de notes zijn doorgenomen. “Ik weet nog dat de mensen uit mijn klas ontzettend hun best gingen doen, als er iemand van Kemna Casting kwam kijken. Ik vertoonde dan bijna tegenovergesteld gedrag. Ik werd daar obstinaat van. ” Maar een leven zonder acteren, zou hij zich inmiddels niet meer voor kunnen stellen. “Misschien zou ik gaan koken ofzo. ” Maar dan nog: hij heeft een gezin met twee kinderen te onderhouden. “Daarom doe ik ook reclames, dat verdient tenminste nog een beetje. ”
‘ ik wil nu wel scoren, ik ben ook een ijdele lul’
Of acteren nu een heilig moeten, of gewoon werk is, dat weet hij eigenlijk niet. “Ik wil wel graag dat acteren een missie is, maar het punt is dat je als acteur afhankelijk bent van het materiaal dat je voorgeschoteld krijgt. En dat is acht van de tien keer niet veel soeps. ” Niet dat hij niet gedreven is. “Er zijn regisseurs waar ik heel veel van kan leren. Theu Boermans leert me op de taal te letten. Ik kan hem af en toe wel schieten, als hij voor de 86ste keer voordoet hoe ik een zin moet uitspreken. Maar hij heeft gelijk als hij zegt dat ik punten achter mijn zinnen moet zetten. Mijn Brabantse achtergrond van zangerig spreken wreekt zich. ” En dan is er nog de theatermaker Johan Simons, met wie hij graag werkt. “Johan kan denken in beelden, iets wat ik niet kan. En voor Erik de Bruijn, de regisseur van Wilde mossels, wil ik zelfs de derde speerdrager van links spelen. Die man inspireert me heel erg. ” Toch maakt hij zich wel eens zorgen. “Ik ben nu 33 jaar, het gaat geweldig, maar ik acteer al best lang. De verrassing is er nu echt wel af. Dus denk ik soms: doe ik dit nu over twintig jaar nog steeds?! ” Lammers ziet een parallel tussen zijn ontwikkeling als voetballer en die als acteur. “Op het voetbalveld had ik de rol van stofzuigende en verdedigende middenvelder. Maar toen ik jaren het vuile werk had opgeknapt, eiste ik de spitsplek op. Kon ik ook eens scoren. Als acteur heb ik eerst veel bijrollen gespeeld en dus ook een beetje het vuile werk opgeknapt. ” “Nu speel ik de hoofdrol in Nachtrit. Ik wil nu wel scoren, want ik ben ook een ijdele lul natuurlijk. Ik wil graag dat iedereen zegt dat ik de beste ben. Maar als ik een script toegestuurd krijg, interesseert het verhaal me vaak meer dan de rol. Ik ben iemand die graag twee maanden opgesloten zit met een clubje om met zijn allen iets te maken. ” De ambivalente ideeën over acteren waren er al op de toneelschool. Drie keer werd hij naar huis gestuurd. De eerste keer omdat hij niet goed genoeg werd bevonden. Lammers: “We kregen de opdracht net zolang naar een sinaasappel te kijken totdat die ging leven. Bij mij gebeurde er niets. ”
‘ een acteur is van zijn materiaal afhankelijk, zie je’
De tweede keer protesteerde hij tegen een docent, die acrobatieklessen gaf, maar zelf de techniek niet beheerste. Hij vond dat gevaarlijk en onverantwoord. “Ik heb die lessen toen niet gevolgd en ik heb mijn mening ook niet onder stoelen of banken gestoken. ” En dan werd hij tenslotte nog eens van school gestuurd, omdat de docenten hem geen stage bij Toneelgroep Amsterdam lieten lopen. “Binnen twee weken word je daar ontslagen, ” werd Lammers te verstaan gegeven. Hij schreef twintig brieven de school rond met een verzoek om aanbeveling. Hij kreeg maar één reactie en trok zijn conclusie: ik heb geen brieven gekregen, dus het zal wel goed zijn. ” Het ging prima bij Toneelgroep Amsterdam, behalve dan dat de Ilias waarin hij figureerde met decor en al in de prullenbak werd gemieterd, omdat er meningsverschillen waren over de artistieke kwaliteit. “Ik viel met mijn neus in de boter van het gesubsieerde toneel, ” aldus Frank Lammers. Zijn eerste professionele rol herinnert Lammers zich ook nog als de dag van gisteren. “Ik speelde in De moed om te doden van Lars Norén in Toneelschuur. In dat stuk vraagt de vader op een goed moment aan zijn zoon: ‘ Mag het raam dicht?’ De zoon antwoordt: ‘ Nee.’ Ik dacht alleen maar: Allemachtig, doe niet zo moeilijk. Doe dat raam gewoon dicht, die man heeft het koud. ” “Een acteur is afhankelijk van zijn materiaal, zie je. ”
|
|
Interview Interviews en artikelen
|
|
 |
 |
 |
 |
|
 |